Van de Magna Carta tot de Opstand in de Nederlanden

Het nieuwe jaar 2015 nodigt direct uit tot terugblikken. Nee, niet op 2014 maar op andere jaren waarin ‘15’ voorkomt of, vooruit, ‘65’. Als we voor het gemak 1915, 1815 etc. even overslaan, kunnen we snel door naar 1215, het jaar van de Magna Carta. In Engeland maakt men zich op voor nogal wat festiviteiten rondom de herdenking van wat de British Library one of the world’s most celebrated documents noemt.

Magna Carta. British Library, Additional MS 46144.
Magna Carta. British Library, Additional MS 46144.

Het is op 15 juni dit jaar namelijk precies 800 jaar geleden dat koning Jan zonder Land een ‘Groot Privilege’  (Great Charter, Magna Carta) uitvaardigde waarin hij beloofde om voortaan rekening te houden met de rechten van zijn belangrijkste politieke tegenspelers: de baronnen, oftewel de crème de la crème van de Engelse adel en zijn belangrijkste leenmannen. Niet geheel verwonderlijk gaat het in de 63 artikelen van het charter dan ook vooral om waarborgen tegen de schendingen van het leenrecht die de koning in de jaren daarvoor blijkbaar voortdurend had begaan. Bovendien werd afgesproken dat – afgezien van bepaalde gevallen – de koning alleen met instemming van de koninklijke raad (waarin de baronnen natuurlijk goed vertegenwoordigd waren) nieuwe belastingen kon heffen. Een paar eeuwen later borduurden kolonisten in Amerika hierop voort: No taxation without representation! Het belang van de Magna Carta schuilt er vooral in dat de (machtigste) onderdanen voor het eerst een geschreven en door de koning bezegeld document in handen kregen waarmee (in theorie) de willekeur van de vorst beteugeld kon worden.

Zegel van koning Jan zonder Land. British Library, Additional MS 46144.
Zegel van koning Jan zonder Land. British Library, Additional MS 46144.

Magna Carta is – at first sight – a disappointing document, zo werd zuinigjes opgemerkt in een boek over de belangrijkste historische documenten van Groot Brittannië. Inderdaad, geen mooie plaatjes, geen doodles , nee zelfs geen fraai geïllustreerde hoofdletter waarmee het document aanvangt. Alleen het (beschadigde) zegel van koning Jan op zijn troon zorgt voor nog wat vertier voor het oog. Maar toch. Toen de British Library in oktober een loterij uitschreef om het Magna Carta Unification Event in Londen bij te wonen, was ik er als de kippen bij. Op 3 februari kunnen zo’n 1.200 mensen de vier bewaard gebleven exemplaren van de Magna Carta eenmalig naast elkaar bewonderen. Een vijfde exemplaar, een kopie uit 1297, is in handen van een rijke Amerikaan en kan helaas niet worden overgevlogen.

Daar wilde ik bij zijn!

Helaas, ik behoor niet tot de 1.200 uitverkorenen. Als ik de documenten wil zien, moet ik toch nog naar de kathedralen van Salisbury en van Lincoln afreizen waar speciale tentoonstellingen rond de documenten worden ingericht. Nou ja, niet getreurd. De twee exemplaren in de British Library heb ik toch al eens gezien: ze worden permanent in de prachtige expositieruimte aldaar getoond.

Blijde Inkomst. Brussel, Algemeen Rijksarchief, A.R.A., Charters van Brabant, nr. 900. Bron: http://www.dbnl.org/tekst/_bli002blij01_01/_bli002blij01_01_0001.php
Blijde Inkomst. Brussel, Algemeen Rijksarchief, A.R.A., Charters van Brabant, nr. 900. Bron: http://www.dbnl.org/tekst/_bli002blij01_01/_bli002blij01_01_0001.php

Het document uit de geschiedenis van de Nederlanden dat nog het dichtst in de buurt komt van de Magna Carta, is wellicht de Blijde Inkomst. Het is eveneens een ‘groot charter’, een privilege dat Brabant op 3 januari 1356 kreeg van zijn hertogelijk paar. De toekenning had te maken met de bijzondere politieke situatie van dat moment. Nog geen maand daarvoor was hertog Jan III overleden zonder een mannelijke troonopvolger achter te laten. De steden waren alleen bereid om zijn dochter en erfgename Johanna en haar man (en voogd) Wenceslas van Luxemburg in te huldigen, als het nieuwe vorstenkoppel de privileges van de steden wilde erkennen en beschermen. Bovendien stelden zij aanvullende voorwaarden ten aanzien van bestuur en rechtspraak en drongen zij aan op de handhaving van de territoriale integriteit van het hertogdom. Dit alles werd verwoord in de 35 artikelen van de Blijde Inkomst waarvan sommige teruggingen op oudere privileges.

Willem van Oranje in 1554. Bron: http://historiek.net/standbeeld-willem-van-oranje-onthuld-in-breda/43336/
Willem van Oranje in 1554. Bron: http://historiek.net/standbeeld-willem-van-oranje-onthuld-in-breda/43336/

Het vastleggen van regels waaraan een vorst zich moet houden in dergelijke plechtige documenten is één ding. Maar hoe zorg je ervoor dat de heerser zich ook aan deze regels houdt? Door allerhande conflicten belandde zowel de Magna Carta als de Blijde Inkomst al na een paar maanden bij het oud papier. Toch zou Willem van Oranje, immers heer van Breda, zich op zijn positie als Brabants edelman beroepen om tijdens de beginjaren van de Opstand met de Blijde Inkomst in de hand zijn verzet tegen Filips II te legitimeren.

Het duurt nog te lang om pas in 2056 dit belangrijke document te gedenken. Misschien is het in 2016 al tijd voor een feestje?

Advertenties

Het leven van een edelman

Zo luidde de titel van de spreekbeurt die mijn oudste zoon onlangs in de brugklas van een Leidse middelbare school moest houden, samen met een klasgenootje overigens. Nee, ik heb hem niets ingefluisterd en hij heeft gewoon zelf boeken uit de bibliotheek gehaald. Ongetwijfeld zal wikipedia ook een belangrijke bron van kennis zijn geweest.

‘Waarom staat er “edelman” en niet “middeleeuwse edelman”?’, was mijn eerst reactie op zijn powerpoint toen hij deze voor het hele gezin presenteerde. Dat was wel duidelijk vond hij; ze ‘deden’ nu de middeleeuwen in de klas en iedereen moest een presentatie houden over een middeleeuws onderwerp. NIet zeuren pap.

Ik slikte andere lastige vragen maar in. Wat maakte een edelman edel? En wat is het verschil eigenlijk tussen een ridder en een edelman? Ook historici kunnen slechts met moeite een antwoord formuleren op deze fundamentele vragen. Er zijn immers geen kant en klare lijsten van edelen overgeleverd uit de middeleeuwen. Hoe dan ook moet je deze sociale categorie ‘reconstrueren’ op basis van teksten in het archief en beeldmateriaal (grafmonumenten, wapenschilden etc.).

Jachtscène uit Le livre de la chasse, ca. 1407 (Morgan Library)
Jachtscène uit Le livre de la chasse, ca. 1407 (Morgan Library)

En eigenlijk ging zijn spreekbeurt daar ook niet over. De hoofdstukken over respectievelijk de jacht, toernooien en het kasteel zeiden genoeg over het adellijk leven (vivre noblement). Deze levensstijl maakte immers voor tijdgenoten het onderscheid duidelijk met niet-edelen. Het laatste hoofdstuk over landbezit verklaarde tenslotte de sociaal-economische positie van edelen. Niet alleen op de ladder van status en prestige maar ook op die van bezit en rijkdom stonden edelen nu eenmaal een paar treden hoger dan niet-edelen.

De titel van zijn spreekbeurt was dus heel goed getroffen.

Tijdens de meivakantie bezochten we een kasteel in de Ardennen: Reinhardstein, gelegen vlakbij Robertville in de Belgische Oostkantons. Het kasteel is waarschijnlijk vernoemd naar Reinoud van Waimes die in 1354 toestemming kreeg van Wenceslas van Luxemburg om op dit strategisch en hoog gelegen punt, een kasteel te bouwen. Waar zou je meer te weten kunnen komen over het leven van een edelman dan in een middeleeuws kasteel?

Dat viel toch wat tegen. Het kasteel is idyllisch gelegen, aan de rivier de Warche en omringd door bossen. Deze A-lokatie rechtvaardigt echter slechts deels de exorbitante toegangsprijs van 31 euro voor het gezin (wel inclusief ‘degustatie’ van het kasteelbier, cola voor de kinderen). Maar het onderhoud van het kasteel vergt natuurlijk bakken met geld; vele edelen gingen (en gaan) daar financieel aan ten onder.

Kasteel Reinhardstein
Kasteel Reinhardstein

Dat de helft van het gebouw was ‘gereconstrueerd’ op basis van 17de eeuwse tekeningen, tja, dat is het lot van de meeste middeleeuwse kastelen. Veel middeleeuwse voorwerpen zijn er niet meer te vinden. Wel hadden de opeenvolgende eigenaars flink ingeslagen op allerhande veilingen. We zagen naast natuurlijk veel wapens en harnassen, ook Siciliaanse marionetten, een standbeeld van Karel de Grote, en enkele beelden van de Haarlemse beeldhouwer Claus Sluter (zouden ze echt zijn?). In de wat kitcherig versierde kapel lag zelfs een handschrift met polyfone muziek. Over het leven van een edelman kwamen we echter weinig te weten.