De nieuwe mens?

Een koopje! Dat moet de Vlaamse ondernemer Fernand Huts gedacht hebben toen hij in januari 2015 op een veiling van Freeman’s voor 11.250 dollar een schilderij kocht met daarop de Brusselaar Wouter van der Noot (†1499), zijn echtgenote Digna van Grimbergen (†1469) en hun kinderen, allen geknield in aanbidding voor Maria met het kindje Jezus. Het betreft een kopie van een schilderij dat oorspronkelijk in de kapel van O.L.V. Visitatie hing van de kerk van het karmelietenklooster te Brussel. De gouden gloed die Van der Noot en zijn zoons uitstralen moet een onweerstaanbare aantrekkingskracht hebben gehad op de Antwerpse havenbaron.

van der noot aanbidding
Wouter van der Noot, zijn echtgenote Digna van Grimbergen en hun kinderen in aanbidding voor Maria met het kindje Jezus op schoot. Phoebus collection. Foto: Freeman’s.

Huts is een fervent kunstverzamelaar en –handelaar; volgens Wikipedia verkocht hij in 2014 het schilderij de Narrenhandel van Frans Verbeeck de Oude voor meer dan 3 miljoen euro. Hij investeerde bijna het volledige bedrag in april van 2016 om het portret van de Delftenaar Joost Aemszoon van der Burch (†1570), geschilderd door Jan Cornelisz. Vermeyen, aan te schaffen op een veiling van Old Masters bij Christie’s. Dat was net op tijd om het schilderij een prominente plaats te geven op de tentoonstelling Voor God en Geld. Gouden tijd van de Zuidelijke Nederlanden die momenteel loopt in het Gentse karmelietenklooster.

Van der Burch
Jan Cornelisz. Vermeyen, Portret van Joost Aemszoon van der Burch, 1541. Phoebus collection. Foto: Christie’s.

Waarom neemt deze Delftenaar zo’n centrale plaats in op een tentoonstelling die over de Zuidelijke Nederlanden gaat? Huts vereenzelvigt zich in zulke mate met Van der Burch dat hij zijn hoofd heeft laten fotoshoppen in het schilderij voor de cover van een tijdschrift ter promotie van de tentoonstelling. In de tentoonstellingscatalogus (p. 309) beweert de magnaat dat Van der Burch de belichaming is van ‘de nieuwe mens’ die rond 1500 opstond in de Zuidelijke Nederlanden, en dan met name in Antwerpen, en bevrijd van de ketenen van het geloof en zonder betuttelende overheid kon gaan ondernemen, innoveren en geld verdienen.

Maar wie was die Joost van der Burch eigenlijk? Hij staat dan wel op het omslag van de tentoonstellingscatalogus maar de informatie hierin over de man is zeer summier en zonder verdere bronverwijzingen. Mogelijk ligt dat aan de nogal opmerkelijke manier waarop deze catalogus tot stand kwam: Huts schreef zelf de helft van de catalogus, terwijl de conservator van de tentoonstelling de andere helft voor haar rekening nam. De auteurs hebben de diverse kruisverbanden tussen Van der Burch en andere objecten in de tentoonstelling echter niet opgemerkt.

Van der Burch was afkomstig uit een Delftse brouwersfamilie. Hij studeerde te Orléans, een gerenommeerde rechtenuniversiteit in de late middeleeuwen. De Delftenaar was blijkbaar een goed jurist want Karel V benoemde hem in 1522 tot lid van de Raad van Brabant, het hoogste rechtscollege van het toenmalige hertogdom. Dat ambt, dat hij tot zijn dood in 1570 (!) bekleedde, staat niet voor niets prominent gegraveerd in de lijst van het schilderij.

Van der Burchs levensloop vertoont grote overeenkomsten met de boven vermelde Wouter  van der Noot. Deze Brusselaar was eveneens afkomstig uit een belangrijke familie van stadsbestuurders, en was ook lid van de Raad van Brabant, te weten van 1477 tot 1499 toen hij zijn ambt overdeed aan zijn zoon Jeroen. Jeroen van der Noot was net als Van der Burch een alumnus van Orléans en schopte het in 1515 tot kanselier, hoofd van de Raad, waardoor hij in feite baas was van Van der Burch bij diens benoeming tot raadslid in 1522.

Zo nieuw was Van der Burch dus niet. Vele leden van burgerlijke en ook adellijke geslachten gingen in de vijftiende eeuw (rechten) studeren om zo betere kansen te creëren op een loopbaan binnen het uitdijende staatsapparaat. Dergelijke lieden zagen er niet tegenop om veel te reizen en voor lange tijd een andere domicilie te zoeken, zolang het maar bijdroeg aan hun stijging op de maatschappelijke ladder.

Wel is er een opvallend verschil in de manier waarop Van der Noot en Van der Burch zich lieten afbeelden. Van der Noot en zijn zoons tonen wel een nederige houding maar trekken door hun ridderlijke uitdossing en hun opvallende heraldische herkenningsteken (vijf zwarte Jacobsschelpen in de vorm van een kruis op een gouden veld) meer aandacht dan het object van hun devotie. Van der Noot was in 1454 door Filips de Goede tot ridder geslagen en het is niet voor niets dat de omgorde zwaarden, de helm en de sporen met veel blingbling getoond worden.

Het portret van Van der Burch was waarschijnlijk niet bedoeld voor een religieuze setting. Ik weet niet of de Delftenaar geridderd was maar hij laat zich er zeker niet op voorstaan. Dat was in de zestiende eeuw ook minder noodzakelijk. Zijn gezaghebbende blik, zijn zwarte fluwelen met bont gevoerde toga, de baret en de attributen (handschoenen en een (proces?)rol) spreken boekdelen over zijn status. De acht wapenschilden van zijn overgrootouders moeten de toeschouwer wijzen op een voornaam voorgeslacht. Toch lieten topambtenaren die niet konden bogen op een adellijke of ridderlijke status zich in de vijftiende eeuw ook al op een dergelijke manier afbeelden. Ook in dit opzicht is Van der Burch dus geen trendsetter.

Portrait-of-barthelemy-alatruye-1853
Portret van de rekenmeester Bartholomeus à la Truye, actief in de Rekenkamer van Holland en Zeeland 1432-1446. Foto: wikimedia

Moet u dan wel afreizen naar Gent? Er is zeker veel kritiek te leveren niet alleen op de manier waarop Huts kunst gebruikt om zichzelf te positioneren en zijn gedachtegoed te ventileren, maar ook op de manier waarop de werken zijn tentoongesteld (zie hier en hier). Maar kijk en oordeel zelf want er zijn vele topstukken te zien die straks weer achter de muren van Huts’ Phoebus Foundation verdwijnen. Wat mij betreft waren de hoogtepunten echter niet afkomstig uit zijn privé-collectie maar kwamen ze van elders: het gigantische hoofd van de reus Antigoon (MAS Antwerpen) en de verbluffende kalenderwijzerplaat (M Leuven) met daarop vele fascinerende details, inclusief een steekspel.

kalenderwijzerplaat Leuven2
Kalenderwijzerplaat, ca. 1500. Museum M, Leuven. Foto: erfgoedcel Leuven

 

 

antigoon
Pieter Coecke van Aelst, Hoofd van Antigoon, ca. 1534. Foto: MAS Antwerpen, wikipedia

 

 

De strafbank bij een middeleeuws toernooi

Met enige regelmaat publiceer ik over middeleeuwse toernooien. Het is echter niet zo gemakkelijk om geschikte afbeeldingen van deze spectaculaire evenementen te vinden. Ik was dan ook zeer blij met de onderstaande miniatuur die ik op het spoor kwam dankzij een grappige tweet van de mediëvist Johan Oosterman.

Toernooi met knuppels. Das Wappenbuch  Conrads von Grünenberg. München, Bayerische Staatsbibliothek (BSB), Cgm 145, ca. 1480.
Toernooi met knotsen. Das Wappenbuch Conrads von Grünenberg. München, Bayerische Staatsbibliothek (BSB), Cgm 145, ca. 1480.

De miniatuur komt uit het schitterende wapenboek van Conrad von GrünenbergDit wapenboek is rond 1480 gemaakt door (of voor) ridder Conrad von Grünenberg die belangrijke functies bekleedde in het stadsbestuur van Konstanz. Het bevat naast enkele miniaturen maar liefst 2300 wapenschilden van edelen, gerangschikt volgens hun rang: eerst de koningen (ook van imaginaire koninkrijken), dan de graven, de baronnen en tenslotte de heren, met name uit het Duitse Rijk maar ook elders uit Europa. (Zie voor nader onderzoek en edities van dit wapenboek hier, hier en hier.)

Een kwart van de wapenschilden betreft de leden van een aantal stedelijke toernooigezelschappen uit vooral Zwaben en Beieren. Deze Adelsgesellschaften zijn getooid met fraaie namen als Kron, Esel, Wolf en Windhund. Ze functioneerden met name in de steden als een sociaal bindmiddel voor de ridders en knapen, die zich via hun lidmaatschap van de rest van de bevolking konden onderscheiden.

De miniatuur past goed bij de toernooicultuur in de laatmiddeleeuwse Duitse steden. We zien de eerste fase van een zogenoemd Kolbenturnier, een toernooi met knotsen. Het gaat niet om een steekspel, zoals dat vaak in Hollywoodfilms als een ‘typisch’ middeleeuws toernooi wordt neergezet. Nee, het toernooi was een strijd tussen twee teams binnen een omheinde ruimte op een marktplein. Er werd niet met lansen maar met knotsen gevochten en er vielen zelden gewonden of doden. Teambuilding en training gingen boven de individuele eer die bij het steekspel met slechts twee ruiters te paard centraal stond.

Toernooi met botte zwaarden. Das Wappenbuch Conrads von Grünenberg, BSB, Cgm 145, ca. 1480.
Toernooi met botte zwaarden. Das Wappenbuch Conrads von Grünenberg, BSB, Cgm 145, ca. 1480.

Tijdens de tweede fase van het toernooi werden de knotsen ingeruild voor botte zwaarden. Nu was het de bedoeling om het helmteken van de tegenstander eraf te slaan. Het helmteken was een uitbundige versiering dat aan de helm werd bevestigd. Het helmteken kon bestaan uit twee hoorns, veren, een hanenkam, een (fantasie)dier, een vrucht of een ander figuur, en was gemaakt van gekookt leer, hout en/of papier maché, Het diende als een extra heraldisch herkenningsteken en werd vooral gedragen tijdens toernooien.

Ridder op de strafbank. Das Wappenbuch Conrads von Grünenberg. BSB, Cgm 145, ca. 1480.
Ridder op de strafbank. Das Wappenbuch Conrads von Grünenberg. BSB, Cgm 145, ca. 1480.

En wat doet die man daar dan gezeten op de omheining van het toernooiveld? Daarvan weten we iets meer dankzij de reglementen van de Duitse toernooigezelschappen. Het is een ridder die een zware misdaad (moord, roof, ketterij etc.) heeft begaan en ‘ontmaskerd’ is tijdens de helmenschouw aan de vooravond van het toernooi. Even tevoren is hij van zijn paard geslagen en hij moet nu op het strafbankje zitten, goed zichtbaar voor alle toeschouwers, terwijl zijn maten nog even doorvechten. Naast de fysieke straf ondergaat deze foute ridder dus ook nog eens een publieke (schand)straf.