Claim de leeuw!

Regeringsleiders gebruiken graag de geschiedenis om claims te leggen op bepaalde gebieden of om hun machtspolitiek te legitimeren. Poetins expansiestreven in de voormalige Sovjet-republieken is hiervan een duidelijk voorbeeld. In de middeleeuwen werden dergelijke claims getoond via een simpel maar visueel zeer effectief teken: het wapenschild. Met een heraldisch symbool kon je namelijk meer doen dan je identificeren op het slagveld (‘ik hoor bij jou!’). Zo liet in 1340 de Engelse koning Edward III in zijn wapenschild naast de drie gouden leeuwen van Engeland de bekende Franse lelies opnemen. Hiermee wilde hij laten zien dat hij recht had op de Franse kroon en dat hij niet voor niets een paar jaar eerder een oorlog was begonnen om deze claim kracht bij te zetten. Die oorlog zou uiteindelijk meer dan honderd jaar zou duren (zie ook hier) en het resultaat is bekend: Frankrijk bleef voor de Fransen.

schermafbeelding-2017-02-19-om-15-21-42
Willem II van Holland heraldisch verbeeld als graaf van Holland (links) en graaf van Zeeland (rechts). Uit: Matthew Paris, Historia anglorum. Londen, British Library, ms. Royal MS 14 C VII f. 141v.

In de Nederlanden kwamen dergelijke heraldische claims ook voor. Het meest bekende voorbeeld is de adellijke familie Van Brederode. Sinds de dertiende eeuw voerden de heren van Brederode namelijk een rode leeuw op een gouden veld. En dat was toevallig ook het wapen van de graven van Holland…. De Brederodes ‘braken’ wel het wapen met een zogenoemde barensteel (een horizontale balk met drie hangers) om te laten zien dat zij afstamden van een zijtak van het huis van de Hollandse graven.

De leeuw is het dier dat het vaakst voorkomt in de heraldiek van de middeleeuwen. Ik schreef daar eerder over in deze blogpost. Dat is geen toeval. Het dier staat voor kracht, moed, trots en gerechtigheid en dat zijn allemaal eigenschappen waarmee vooral vorsten en edelen zich graag mee wilden associëren. Ook in de Nederlanden voerden de heersers van de meeste vorstendommen een leeuw: Vlaanderen, Brabant, Limburg, Henegouwen, Gelre, Zeeland en natuurlijk Holland. Soms was die leeuw gekleurd (rood, zwart, blauw of groen) dan weer voorzien van een metaal (goud of zilver). De graven van Holland voerden in ieder geval vanaf het einde van de twaalfde eeuw de rode leeuw op een gouden veld, dus eerder dan de heren van Brederode.

De heren van Brederode pasten wel voortdurend hun wapenschild aan, al naar gelang de politieke omstandigheden of vanwege een prestigieuze huwelijksalliantie. Zo deelde Reinoud I van Brederode (1336-1390) de Holllandse leeuw met de barensteel, met de rode leeuw van Valkenburg op een zilver veld, aangezien zijn moeder uit het geslacht van de heren van Valkenburg stamde. In het Wapenboek Beyeren  is dat goed te zien.

brederode-in-beyeren
De heer van Brederode (Reinoud I), geflankeerd door de drossaard van Henegouwen en de heer van Ligne in het Wapenboek Beyeren. De drie wapenschilden dragen een miniatuur banier, ten teken van het feit dat hier om baanderheren gaat, ridders die een eigen compagnie aanvoerden. Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, 79 K 21 (zie hier)

Tot en met Walraven II van Brederode (1462-1531) bleven de heren dit wapen voeren. In de vijftiende eeuw verwijderden ze echter de barensteel waardoor het volle wapen van Holland opeens zichtbaar werd. In de partijtwisten die het graafschap in die tijd teisterden, bevonden de Brederodes zich in het Hoekse kamp. De Hoeken betwistten actief de legitimiteit van de Bourgondische heersers als graven van Holland. Hertog Filips de Goede dacht in 1445 een slimme zet te doen door de aanvoerder van de Hoeken, Reinoud II van Brederode (1415-1473), op te nemen in de prestigieuze Orde van het Gulden Vlies.

Toen brak de heraldische strijd pas goed los. De Kabeljauwen, de gezworen tegenstanders van de Hoeken, drongen er bij de hertog op aan dat Reinoud II zijn wapen moest breken met een barensteel omdat hij immers afkomstig was uit een bastaardtak van de graven van Holland (zie ook hier). Volgens chroniqueur Jan van Leiden liet Filips het uitzoeken in ‘alle die oude scriften’ die te vinden waren in de abdij van Egmond en in de archieven in Den Haag. Conclusie: ‘doe vant men al tesamen gelogen’. Reinoud en zijn opvolgers mochten het ongedeelde wapen gewoon blijven voeren.

reinoud-ii-van-brederode
Wapenschild van Reinoud II van Brederode in het wapenboek van de ridders van het Gulden Vlies. Hier is goed te zien dat Reinoud het ongedeelde wapen van Holland voert, zonder barensteel. Dat de rode leeuw van Valkenburg hier bruin is geworden komt doordat de zilververf is geoxideerd (zie hier voor meer uitleg door Marjolijn Kruip). Den Haag, Koninklijke Bibliotheek, ms. 76 E 10.

Thijs Porck heeft in dit artikel aangetoond dat Jan van Leiden in zijn kroniek, geschreven in opdracht van Reinouds echtgenote Yolanda van Lalaing, aan de hand van een vervalste genealogie wilde aantonen dat de heren van Brederode wel degelijk in een legitieme lijn afstamden van het Hollandse gravenhuis en verder nog van Troylus. Deze legendarische  stichter van Troje zou zelfs hetzelfde wapenschild als de heer van Brederode zou hebben gevoerd!

Maar er is meer. Van Leiden vermeldt niet dat Reinoud II zijn wapen helemaal  niet hoefde te breken omdat het immers al gebroken was met de Valkenburgse leeuwen. Hij had niet alleen de Trojaanse afstamming maar ook het verhaal van de Kabeljauwen  uit zijn duim gezogen. Dat werd in 1531 duidelijk toen Reinoud III van Brederode (1492-1556), een kleinzoon van Reinoud II, het waagde om op een toernooi in Gent en op de stadspoorten van Utrecht het volle wapen van de graven van Holland te tonen, terwijl dat natuurlijk toebehoorde aan Karel V.  Begin dat jaar was hij zijn overleden vader Walraven II opgevolgd en hij besloot toen blijkbaar om het wapen van Valkenburg te laten vervallen. Daardoor bleef het volle wapen van Holland over en dat was niet de bedoeling in de ogen van de toenmalige bewindhebbers. Mogelijk was Reinoud III geïnspireerd door de geschriften van Jan van Leiden want hij liet in die tijd juist een flink aantal kopieën van de Brederode-kroniek vervaardigen (zie hier).

brederode-toernooi-bodl_douce93_roll397-4_frame12
Gebedenboek van Yolanda van Lalaing, echtgenote van Reinoud II van Brederode en mogelijk opdrachtgeefster van de kroniek van de heren van Brederode door Jan van Leiden. Oxford, Bodleian Library, ms. Douce 93.

Toch vraag ik me af of Reinoud III echt de bedoeling heeft gehad om keizer Karel V te schofferen. Zijn grafelijke pretenties zouden in de Nederlanden van rond 1530 geen schijn van kans hebben gehad. Het was misschien eerder zijn bedoeling om als ‘the best of the rest’ te worden beschouwd. Hij wilde zich onderscheiden als edelman afkomstig uit een roemrijk adellijk geslacht met grafelijke wortels. Op deze manier plaatste hij zich boven andere edelen (Egmond, Croÿ, Wassenaar etc.) die op hun beurt bezig waren om zich te profileren aan het hof van Karel. Dat Brederode zich juist op een toernooi wilde bewijzen, toont aan dat zijn heraldische boodschap bedoeld was voor zijn standgenoten en natuurlijk voor de toeschouwers. Maar waarom liet de edelman ook op de Utrechtse stadspoort zijn wapenschild aanbrengen? Suggesties? Sowieso is het opmerkelijk dat een edelman blijkbaar zijn herkenningsteken kon aanbrengen op het symbool bij uitstek van stedelijke autonomie.

Karel V kon dit niet zomaar laten passeren en daagde de edelman voor het gerecht. Reinoud III kreeg een jaar tijd om zijn wapen weer aan te passen maar hij werd zeker niet met een doodvonnis bedreigd zoals latere historici wel hebben beweerd (zie hier). Dat betekent dat de soep zeker niet zo heet werd gegeten als zij werd opgediend. Op deze prent van  Cornelis Anthonisz. is duidelijk te zien dat Brederode gehoor gaf aan het vonnis. Hij wilde zijn positie als vooraanstaand edelman en hoveling, en als bezitter van talrijke heerlijkheden niet op het spel zetten voor een wapenschild. De confrontatie met de ‘echte’ leeuw was hem net een brug te ver.

rp-p-ob-39-795
Cornelis Anthonisz. Heren van Brederode, van Zyphridus tot en met Reinoud III (recht blad). Geheel rechts is Reinoud III van Brederode te zien met daarboven zijn wapenschild (de Hollandse leeuw, hier met barensteel) en daarnaast het wapenschild van zijn echtgenote. Amsterdam, Rijksmusem, RP-P-PB-39.795
Advertenties

Heraldische plaagstoot in een middeleeuws handschrift?

Een tribune met zeven (adellijke) dames met de blik op oneindig. Waar kijken ze naar?

Adellijke dames op de eretribune bij een toernooi. Koninklijke Bibliotheek, Brussel, ms. IV 684 f. 43v (zie http://images.kbr.be/multi/ms_IV_684Viewer/imageViewer.html)
Adellijke dames op de eretribune bij een toernooi. Koninklijke Bibliotheek, Brussel, ms. IV 684 f. 43v (Bron: zie hier)

Naar een toernooi tussen twee teams, het ene aangevoerd door koning Edward I van Engeland (r. 1272-1307) en het andere door hertog Jan I van Brabant (r. 1267-1294). Het gaat om een massaal mêlée-toernooi waarbij twee teams het tegen elkaar opnemen met zwaarden (zie hieronder). De bedoeling was om zoveel mogelijk opponenten gevangen te nemen, net als bij een gewone veldslag. Een tribune was wel nodig want de strijd kon uitwaaieren over de velden. Er wordt flink op elkaar ingehakt en niemand wordt gespaard; geen wonder dat er vaak doden en gewonden vielen tijdens dergelijke toernooien; Jan I zou zelf later ook nog sterven toen tijdens een steekspel zijn tegenstander een lans boorde in zijn oksel, het enige stukje bovenlijf dat een harnas onbeschermd liet.

Toernooi tussen de teams van Jan I en Edward I. KB, Brussel, ms. 684 f. 44r.
Toernooi tussen de teams van Jan I en Edward I. KB, Brussel, ms. 684 f. 44r (Bron: zie hier)

Deze twee miniaturen komen uit een prachtig verlucht handschrift dat tegenwoordig in de Koninklijke Bibliotheek van Brussel bewaard wordt (hier doorbladerbaar). Het handschrift is waarschijnlijk rond 1445 gemaakt in het klooster van Affligem, gelegen tussen Aalst en Asse. Het is een gedeeltelijk afschrift van de Brabantsche Yeesten van Jan van Boendale waarbij de bewerker ook nog eens delen van de Spiegel Historiael van Lodewijk van Velthem  in de tekst heeft geïntegreerd. (Deze ingewikkelde overlevering wordt hier door Dirk Schoenaers uiteengezet).

Ridderslag van Jan I van Brabant en zijn broer Godevaart. KB, Brussel, ms. IV 684 f. 43r.
Ridderslag van Jan I van Brabant en zijn broer Godevaart. KB, Brussel, ms. IV 684 f. 43r.

Opmerkelijk genoeg zegt de begeleidende tekst in de kroniek niets over de miniaturen. We krijgen geen praatje bij een plaatje. Er is sprake van de ridderslag van hertog Jan I en zijn broer Godevaard door de Franse koning Filips III maar dat hoorde eigenlijk nog bij de vorige pagina (zie hiernaast).

Jans eerste reis naar Engeland, in 1279, komt aan bod op de volgende pagina met het opschrift Hoe hertoge Jan in Ingelant tornyerde ende synen zoen aens conyncx dochter bestaedde. Er is sprake van een toernooi waarop Jan zoveel indruk maakte dat koning Edward I direct bereid was zijn dochter Margaretha aan Jans zoon Jan II uit te huwelijken. Nadere details ontbreken over het toernooi in Engeland ontbreken zowel in de Brabantsche Yeesten als in de Spiegel Historiael maar zijn wel te vinden in een andere kroniek: de Slag bij Woeringen van Jan van Heelu waarin verhaald wordt hoe Jan I op roemrijke wijze het hertogdom Limburg bij Brabant voegde. De vervaardiger van de miniaturen moet zo rond 1445 deze tekst dus ook gekend hebben. Of was hij er misschien van uitgegaan dat de bewerker ook hieruit ter inspiratie zou putten?

Jan II vs. Edward I tijdens een toernooi in Engeland. KB, Brussel, ms IV 684 f. 44r.
Jan II vs. Edward I tijdens een toernooi in Engeland. KB, Brussel, ms IV 684 f. 44r.

Even terug naar de toernooiminiaturen. De miniaturist is op het eerste gezicht zorgvuldig te werk gegaan en heeft via heraldische herkenningstekens de deelnemers aan het toernooi een gezicht gegeven. Zo is op de voorgrond van de toernooiminiatuur hertog Jans zoon Jan II te zien, herkenbaar aan de gouden Brabantse leeuw met barensteel (zeg maar een horizontale stok met drie hangers) op zijn wapenrok en het dekkleed van het paard. Hij neemt het op tegen koning Edward I, te herkennen aan een wapenrok en dekkleed versierd met drie gouden leeuwen op een rood veld. Achter Jan II is de heer van Wezemaal te zien (zilveren lelies op een rood veld).

Op de toernooiminiatuur is het natuurlijk een drukke bedoening. In al dat gedrang van die ridders op paarden (let ook op der verschillende soorten helmen die gebruikt worden) passen niet zoveel kleuren en symbolen. Daarom heeft de miniaturist ook nog gebruik gemaakt van de tribune om wat extra deelnemers te kunnen weergeven:

Wapenschilden op de eretribune bij het toernooi. KB, Brussel, ms. 684 f. 43v.
Wapenschilden op de eretribune bij het toernooi. KB, Brussel, ms. 684 f. 43v.

Hij heeft twee reeksen van wapenschilden onder elkaar gezet. De onderste reeks is het Brabantse team met naast Jan I en zijn zoon Jan II, de heren van Gaasbeek, Wezemaal, Rotselaar, Geten, Diest, Breda en Bierbeek, oftewel de top van de Brabantse ridderschap. Deze baanrotsen, zoals ze wel genoemd werden, waren zo rijk en machtig dat ze een eigen banier mochten voeren in de strijd en op een toernooi. Voor een 15de eeuws publiek waren deze heren nog steeds herkenbaar; de heerlijkheden die werden gesymboliseerd door de wapenschilden bestonden nog steeds ook al waren ze nu in het bezit van andere families.

Edward III en zijn zonen. KB, Brussel ms. IV 684 f. 43v.
Edward III en zijn zonen. KB, Brussel ms. IV 684 f. 43v.

De Engelse reeks (boven de Brabantse) levert echter een opmerkelijke combinatie van wapenschilden op. Tegenover Jan I en Jan II zou je Edward I en zijn zoon Edward II verwachten. Maar we zien naast het schild met de drie gouden leeuwen, een gevierendeeld schild met in het eerste en vierde kwartier de gouden lelies van het Franse koningshuis. Dit is het wapen dat Edward III vanaf 1340 voerde om zijn claim op de Franse troon kracht bij te zetten. Naast het wapen van Edward III zien we nog drie keer hetzelfde wapen maar dan ‘gebroken’ met verschillende barenstelen. Het gaat hier om de zonen van Edward III, namelijk Edward, the black prince, Lionel of Antwerp en John of Gaunt.

Heeft de miniaturist zich hier vergist en had hij geen goede genealogie van het Engelse koningshuis paraat of gewoon geen goede voorbeelden om over te nemen? Of liet hij expres de Engelse claim in viervoud terugkomen in de miniatuur om het Franse koningshuis (en de Fransgezinden in het 15de eeuwse Brabant) een steek onder water uit te delen? Het Brabantse publiek (adellijk, stedelijk?) moet dat wel gewaardeerd hebben. Brabant had eeuwenlang goede banden onderhouden met Engeland. Dat kwam niet alleen tot uitdrukking in allerhande huwelijken maar ook in uitstekende handelsbetrekkingen. De kansen van de Engelsen op de Franse troon waren rond het midden van de vijftiende eeuw vrijwel nihil, maar dat deed niets af aan de Brabantse voorkeuren.

NB Voor suggesties ter identificatie van de overige Engelse wapenschilden op de tribune houd ik me aanbevolen.

Naschrift: zie de reacties bij dit bericht voor een oplossing van de heraldische puzzel.