De paardenpoot van Karel V

Een aandachtige lezer van een recente publicatie in het Geschiedenis Magazine wees me onlangs op twee eigenaardige zaken. Mijn artikel ging over Blijde Intredes in de Nederlanden in de vijftiende en zestiende eeuw. Bijgevoegd was een afbeelding van Karel V (1500-1558) ter gelegenheid van zijn Blijde Intrede in de stad Brugge in 1515. Op deze prachtige miniatuur wordt Karel, op zijn paard gezeten en omringd door hovelingen, tegemoet gereden door leden van het stadsbestuur van Brugge om hem welkom te heten bij de Heilige Kruispoort. De intrede vindt ’s avonds plaats en het tafereel wordt dan ook verlicht door talrijke toortsen bevestigd op de stadspoort en vastgehouden door stedelingen die een welkomsthaag vormen voor de jonge vorst. Karel is gekleed in een rode tuniek en eronder steekt nog net zijn linkerbeen uit. Maar wat is dat nu? Zijn been eindigt als paardenpoot!

Karels paardenpoot

Niets is minder waar. Het perspectief is bedrieglijk maar, zo wees een opmerkzame masterstudente mij terecht toen ik de afbeelding liet zien op college, de voet van Karel is wel degelijk te zien. Hij zit zelfs in een stijgbeugel. Alleen hoort het stukje van de paardenpoot, dat wel precies in het verlengde van Karels been ligt, bij het paard van de hoveling direct naast Karel. Probleem opgelost……

Maar wat moeten we dan aan met de tweede eigenaardigheid op de miniatuur: de man in de ton die achterstevoren op een ezel zit? Die ontsiert toch dit plechtige tafereel, het eerste contact van de nieuwe vorst met zijn onderdanen? Mijn collega Jelle Koopmans duidde het tafereel als een charivari, een spot- en bestraffingsritueel waarbij in dit geval een door zijn echtgenote bedrogen man achterstevoren op een ezel wordt geplaatst en door de stad wordt geleid. Opmerkelijk hier is dat de berijder onherkenbaar in een met kaarsen verlichte ton of toren is geplaatst. Bij een charivari gaat het juist om het publiekelijk te schande zetten van de overtreders van bepaalde sociale conventies én van de slachtoffers van dit gedrag.

Jan de Scheerere, de Brugse rederijker die een verslag op rijm maakte van de intrede, biedt de oplossing:

Een zot ghijnc hem te rijdene pooghen
Met een huzekin, over hem ghetimmert net
Twelc al was vul keirsen en toortsten geset (1)

Een nar moest blijkbaar tegenwicht bieden aan de ernst en de vele formaliteiten die gepaard gingen met de inhuldiging van de nieuwe vorst. Karel zal er zeker om gelachen hebben. Hij was namelijk zo onder de indruk van het spektakel en de tableaux vivants die de stad hem voorschotelde dat hij de intrede enkele dagen later nog eens over wilde doen. De paniek die toen ontstond bij het vuurwerk zorgde er overigens voor dat diverse Bruggelingen kennismaakten met de poten (de echte) van het paard van de landsheer….

 

(1) Zie de editie bij Samuel Mareel, ‘Jan de Scheereres’ Triumphe ghedaen te brugghe ter intreye van caerle’. Teksteditie met inleiding en aantekeningen’, in Jaarboek De Fonteine 55 (2005), 79 – 143.

 

Advertenties