Kattengejank

‘Een kattenorgel (cat organ) is een instrument dat muziek maakt van kattengejank. Bij dit – overigens volledig hypothetische – instrument bevindt een rij katten zich in het voorfront van de piano en komen ze met hun staarten precies onder de pianotoetsen. Telkens als de pianist een riedeltje speelt, gaat dit gepaard met luid kattengejank.’

Dit stond vandaag in De Volkskrant onder verwijzing naar een lemma op Wikipedia (over de verkeerde terminologie zie de reactie van Antheun Janse hier).  Het is maar de vraag of het kattenorgel inderdaad een ‘volledig hypotetisch instrument’ was. Zo is er een gedetailleerde beschrijving van een dergelijk ‘instrument’ in het reisverslag van Juan Cristóbal Calvete de Estrella (overigens ook geparafraseerd in hetzelfde Wikipedia lemma) die Filips II in 1549 begeleidde op zijn kennismakingstour door de Nederlanden.

Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert  Museum (zie http://collections.vam.ac.uk/item/O18973/the-ommeganck-in-brussels-on-painting-alsloot-denys-van/)
Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert Museum (zie http://collections.vam.ac.uk/item/O18973/the-ommeganck-in-brussels-on-painting-alsloot-denys-van/)

 

Filips bevond zich begin juni van dat jaar in Brussel en hij was toen uitgenodigd door het Brusselse stadsbestuur om vanaf het balkon van het stadhuis de jaarlijkse Ommegang te aanschouwen. Dit was een processie waarbij het plaatselijke schuttersgilde een Mariabeeld van de Zavelkerk naar de Grote Markt bracht, vergezeld door de vertegenwoordigers van alle gilden en allerlei hoogwaardigheidsbekleders. De Ommegang bracht veel volk op de been en ging gepaard met nogal wat uiterlijk vertoon (meer hier in een artikel van Robert Stein).

Kruisboogschutter tijdens de Ommegang. Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert  Museum.
Kruisboogschutter tijdens de Ommegang. Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert Museum.

Na de parade van zo’n 200 bewapende schutters, passeerde er een rij mannen te paard die de hertogen van Brabant verbeeldden, tot en met Karel V, vader van Filips II, aan toe. Vervolgens marcheerden de vertegenwoordigers van maar liefst 52 ambachtsgilden met hun vaandels de Grote Markt op. Deze werden weer gevolgd door een dozijn karren met allerhande voorstellingen en tableaus-vivants.

Ik laat Calvete de Estrella even aan het woord:

‘Vervolgens passeerde er een kar met een wel heel vreemde muzikale voorstelling. Een jongen verkleed als beer bespeelde een orgel met daarin levende katten in plaats van orgelpijpen. En om alles goed te laten functioneren, staken alle staarten uit het orgel zodat bij het bespelen van het orgel aan de staarten werd getrokken, bij de ene kat minder, bij de andere meer. De katten jammerden ieder naar gelang de hevigheid van de pijn en op zo’n manier produceerden zij hoge en lage tonen die goed op elkaar waren afgestemd, hetgeen iets totaal nieuws en zeer bezienswaardig was.’

Rijk opgetuigde karren tijdens de Ommegang. Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert  Museum.
Rijk opgetuigde karren tijdens de Ommegang. Denys van Alsloot, De Ommegang in Brussel in 1615. Londen, Victoria & Albert Museum.

Was dit kattenorgel nu echt praktisch uitvoerbaar? Een empirisch experiment zou, vermoed ik, terecht worden geblokkeerd door de Partij voor de Dieren. Ik betwijfel verder of de katten inderdaad zo’n mooie melodie produceerden als Calvete de Estrella ons wil doen geloven. Eerder denk ik dat Filips II bij het passeren van deze kar even zijn vingers in de oren deed. Maar het was zeker meer dan een bizar concept ontsproten aan de literaire fantasie van een chroniqueur.

Wie is wie in de middeleeuwen

‘En wat weten we eigenlijk over de gewone man in de middeleeuwen?’ Eerstejaars studenten stellen me deze vraag vaak na afloop van een college waarin het weer eens ging over de paus, de keizer en de elite. In de overgeleverde bronnen uit de middeleeuwen, zoals kronieken, oorkonden en registers, vind je nu eenmaal veel informatie over machtige mannen (en sommige vrouwen) in de middeleeuwse samenleving. In mijn onderzoek houd ik mezelf ook vooral bezig met een kleine toplaag die misschien maar enkele procenten van de totale bevolking besloeg: de adel.

Toch weten we ook steeds meer over de middeleeuwse Henk en Ingrid. De afgelopen weken was ik aanwezig bij de presentatie van twee prachtige initiatieven in de zoektocht naar de gewone middeleeuwse m/v. Walter Prevenier en Peter Arnade gaven in Leuven een voorproefje van hun boek over vorstelijke genadebrieven. Wat moeten we daarmee? Nou, met een genadebrief kon de vorst gratie verlenen aan een misdadiger voor een begane misdaad. In de brieven wordt tot in de kleinste details hierover verteld.

Zo is er het fascinerende verhaal van Mathieu Cricke en zijn rondreizende toneelgezelschap. In Brugge wordt Mathieu ergens in 1471 verliefd op de prostituee Maria. Hij weet haar over te halen zich te voegen bij zijn groep. Het ensemble trekt van stad tot stad om zijn kunsten te vertonen en heeft veel succes. Ook in Mechelen maakt Maria tijdens een optreden veel indruk, met name op de rijke burger Jan van Musene, zelf een bastaardzoon van een priester. Jan haalt haar over bij hem in te trekken.

Jozef als timmerman in zijn werkplaats met uitzicht op een marktplein. Rechterpaneel van het zogenoemde Merode triptiek van Robert Campin (of de meester van Flémalle?). Metropolitan Museum of Art, New York. Bron: Web gallery of art (http://www.wga.hu/tours/flemish/flemalle/index.html).
Jozef als timmerman in zijn werkplaats met uitzicht op een marktplein. Rechterpaneel van het zogenoemde Merode triptiek van Robert Campin (of de meester van Flémalle?). Metropolitan Museum of Art, New York. Bron: Web gallery of art (http://www.wga.hu/tours/flemish/flemalle/index.html).

Maar dat laat Mathieu niet op zich zitten en hij weet op zijn beurt Maria te overtuigen toch weer bij zijn clubje te komen. Om de hereniging te vieren wordt er flink gedronken en gefeest. Daarop beschuldigt Jan Mathieu van vrouwenroof, een ernstig misdrijf. Mathieu en zijn kornuiten worden gevangen genomen en veroordeeld. De zaak sleept heel wat jaren aan maar uiteindelijk verleent hertog Karel de Stoute hen gratie in 1475.  De details van de zaak (meer hier en hier) van deze bohemiens (en één van de eerste met naam bekende actrices in de Nederlanden) weten we alleen maar dankzij de hertogelijke genadebrief en een aantal andere documenten die straks in het boek van Arnade en Prevenier in Engelse vertaling worden opgenomen.

Maar wacht eens even: prostituees, acteurs, bohemiens…. Dat zijn toch lieden aan de rafelrand van de samenleving, ver verwijderd van de dagloners, de bakkers, de timmerlieden en de schoenmakers? Dat is zo maar ook over de middenstanders en de nog eenvoudigere stedelingen weten we steeds meer. Vorige week was ik in het stadsarchief van Brussel voor de presentatie van de databank ‘Wie is wie in laatmiddeleeuws Brussel’. Bram van Nieuwenhuyse legde deze schat aan gegevens vast op basis van een aantal registers waarin de bezittingen staan geregistreerd van duizenden inwoners van Brussel en omgeving. Hierin komen we wel talrijke gemiddelde middeleeuwers tegen. Vele Brusselaars waren namelijk in het bezit van een stukje grond of een huis waarvoor zij dan een gebruiksvergoeding betaalden aan de grondeigenaar. Binnenkort zijn al deze personen zichtbaar in de databank die te raadplegen zal zijn op de website van het Algemeen Rijksarchief te Brussel.

PS Ik kreeg al aardig wat reacties op mijn vorige blogpost over een geschiedenis van de middeleeuwen in 100 objecten.  Reageren kan nog steeds! Om objecten uit de collectie van het Rijksmuseum toe te voegen aan mijn collectie, klik hier.